Medezeggenschap zou niet alleen een ‘moetje’ moeten zijn
Onlangs deed de Ondernemingskamer een interessante uitspraak over het politiek primaat.
Het politiek primaat betekent dat politieke keuzes over de inrichting en uitvoering van overheidstaken die niet onder de medezeggenschap van de ondernemingsraad vallen. De OR kan wel een rol hebben bij de gevolgen van die keuzes voor de organisatie en de medewerkers, voor zover die gevolgen niet rechtstreeks uit het politieke besluit voortvloeien.
De zaak draaide om de tijdelijke organisatie DISA, die verantwoordelijk was voor de identificatie, registratie en screening van asielzoekers. Al langere tijd was bekend dat deze taken zouden worden ondergebracht bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Bij DISA was een tijdelijke ondernemingsraad (TOR) ingesteld en gedurende dit proces hadden zij al meerdere keren laten weten zorgen te hebben over de gevolgen voor medewerkers. Ook was het onduidelijk wat de rol van de TOR was in de besluitvorming.
Adviesplichtig of politiek primaat?
Uiteindelijk werd besloten dat de werkzaamheden wel zouden overgaan naar de IND, maar dat de medewerkers van DISA niet mee overgingen. De TOR was het hier niet mee eens en stapte naar de Ondernemingskamer met de vraag om dit een kennelijk onredelijk besluit te laten verklaren; zij hadden immers adviesrecht over dit voorgenomen besluit en waren niet in het proces meegenomen. De Staat stelde daartegenover dat het besluit onder het politiek primaat viel en daarom niet adviesplichtig was. Diezelfde conclusie werd ook door de Ondernemingskamer getrokken, en het verzoek werd afgewezen. Het besluit had betrekking op de inrichting van overheidstaken en de personele gevolgen daar rechtstreeks uit voortvloeiden, was geen adviesaanvraag vereist.
Toch bleef de uitspraak daar niet bij. De OK merkt in een ‘overweging ten overvloede’ op dat het proces richting de ondernemingsraad niet zorgvuldig is verlopen. Het bleef lange tijd onduidelijk welke medezeggenschapsrechten de TOR precies had en op de gestelde vragen kwam geen helder antwoord. Juridisch veranderde dat niets aan de uitkomst van de zaak, maar het roept wel een interessante vraag op: kijken we bij medezeggenschap soms te veel naar wat wettelijk moet en te weinig naar wat verstandig is?
Invloed van de OR bij politiek primaat
Het politiek primaat vormt een belangrijke uitzondering binnen de WOR. Die uitzondering is er niet voor niets. Politieke besluitvorming vraagt om duidelijke kaders van verantwoordelijkheden.
Een ondernemingsraad kijkt immers vanuit een ander perspectief naar een voorgenomen besluit. OR-leden weten vaak welke gevolgen een verandering in de praktijk heeft, welke zorgen leven onder medewerkers en waar het in de praktijk kan gaan wringen. Die kennis verdwijnt niet op het moment dat een besluit onder het politiek primaat valt. Sterker nog, juist bij besluiten met grote gevolgen voor medewerkers kan die kennis bijdragen aan betere besluitvorming.
De wet als uitgangspunt
Ook de SER beschreef deze ontwikkeling al in zijn advies over de toekomst van de medezeggenschap uit 2025. Daarin wordt gepleit voor een meer toekomstgerichte benadering, waarbij niet alleen de wettelijke rechten centraal staan, maar ook de vraag hoe medezeggenschap kan bijdragen aan betere besluitvorming. Juist deze uitspraak laat zien hoe actueel die discussie nog steeds is. Deze gedachte gaat overigens veel verder dan alleen het politiek primaat. Ook binnen internationale organisaties lopen ondernemingsraden regelmatig tegen de grenzen van de WOR aan. Strategische keuzes worden bijvoorbeeld gemaakt door een buitenlands moederbedrijf, waardoor het formele adviesrecht niet of pas later bij een OR kan worden neergelegd. Juridisch kan dat dan nog wel juist zijn, maar daarmee is de vraag nog niet beantwoord hoe de kennis van de ondernemingsraad optimaal benut kan worden.
In de praktijk zie ik gelukkig steeds vaker ondernemingsraden en bestuurders die daar pragmatisch mee omgaan. Niet door de WOR opzij te zetten, maar juist door de wet als uitgangspunt te nemen en vervolgens samen te kijken waar de medezeggenschap waarde kan toevoegen. Een bestuurder hoeft niet te wachten tot een formele adviesplicht ontstaat om de ondernemingsraad te betrekken. En een ondernemingsraad hoeft zich niet blind te staren of een artikel uit de WOR van toepassing is om een bijdrage te leveren. Ongevraagd advies mag immers altijd
Meer dan juridische kaders
Een mooi moment om dit gesprek te voeren is tijdens een overlegvergadering op grond van artikel 24 WOR. Die vergadering hoeft niet alleen in het teken te staan van het bespreken van actuele ontwikkelingen, maar biedt juist de kans om samen vooruit te kijken. Welke strategische keuzes komen eraan? Wanneer verwacht de bestuurder belangrijke besluiten? En hoe kan de ondernemingsraad, ook als er nog geen formeel adviesrecht aan de orde is, zijn kennis en ervaring inzetten om de kwaliteit van de besluitvorming te versterken? Door daar samen tijdig over in gesprek te gaan, benut je de kracht van de medezeggenschap optimaal.
Juist daar ligt volgens mij de toekomst van de medezeggenschap. Niet in een discussie over de grenzen van wettelijke bevoegdheden, maar in het benutten van de kennis die binnen een organisatie aanwezig is. De WOR blijft daarbij natuurlijk leidend. Dat moet ook zo zijn; het is immers de wettelijke basis van de medezeggenschap. Maar goede medezeggenschap ontstaat niet alleen doordat aan de wet wordt voldaan. Zij ontstaat wanneer bestuurders en ondernemingsraden elkaar weten te vinden op het moment dat hun gezamenlijke kennis kan bijdragen aan betere besluiten.
Goede medezeggenschap is uiteindelijk geen ‘moetje’ omdat de wet dat voorschrijft. Goede medezeggenschap is vooral verstandig, omdat betere besluiten ontstaan wanneer de kennis uit de organisatie op tijd wordt benut.
Charlotte Breetveld ~ Senior Trainer & Adviseur Medezeggenschap bij TRAINIAC
TRAINIAC is gespecialiseerd in OR trainingen, advies- en begeleidingstrajecten op maat en verhoogd daarmee de waarde van ondernemingsraden. Benieuwd wat we voor uw OR kunnen betekenen? Neem dan contact met ons op.