Is het volgen van een OR-training wettelijk verplicht?
Een OR-training is niet “verplicht” in de zin dat elk OR-lid een specifieke verplichte OR-cursus móét volgen, maar de WOR geeft OR-leden wél een wettelijk scholingsrecht. Dat betekent dat een werkgever scholing die redelijkerwijs nodig is voor het OR-werk in principe moet faciliteren en betalen.
De kern zit dus niet in “OR-training verplicht”, maar in het WOR scholingsrecht OR: scholing is een recht (en vaak noodzakelijk) om de taken goed uit te voeren. Daarbij geldt ook een belangrijk praktisch uitgangspunt: OR-leden hebben recht op vijf scholingsdagen per jaar.
Hieronder vind je per vraag de heldere WOR-regels, hoe je “noodzakelijk” onderbouwt, en wat je kunt doen als een werkgever een ondernemingsraadtraining wet-technisch toch probeert te beperken.
Is een OR-training wettelijk verplicht volgens de WOR?
Volgens de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) is een OR-training niet als één vaste verplichte OR-cursus voorgeschreven, maar OR-leden hebben wél een wettelijk scholingsrecht. In de praktijk komt “OR-training verplicht” vaak neer op: als scholing nodig is om OR-taken goed te doen, dan moet de werkgever die scholing mogelijk maken.
Dat verschil is belangrijk. De ondernemingsraadtraining wet (de WOR) schrijft dus geen standaardpakket voor, maar koppelt scholing aan de inhoud van het werk: advies- en instemmingstrajecten, overleg met bestuurder, achterbancontact en het beoordelen van complexe dossiers.
Wie het scholingsrecht slim inzet, voorkomt dat scholing een discussie wordt over “leuk” of “extra”, en maakt het een logisch onderdeel van professioneel medezeggenschapswerk. In de volgende vraag zie je voor wie dit recht precies geldt en hoeveel tijd je eraan mag besteden.
Voor wie geldt het scholingsrecht en hoeveel tijd mag een OR-lid eraan besteden?
Het WOR scholingsrecht OR geldt voor OR-leden (en in de praktijk ook voor commissieleden die namens de OR werken), zodat zij hun taak deskundig kunnen uitvoeren. Een OR-lid mag hiervoor onder werktijd scholing volgen, met behoud van loon, en heeft bovendien recht op vijf scholingsdagen per jaar als basisvoorziening.
Die vijf dagen zijn een minimum dat veel OR-leden niet scherp hebben. In drukke jaren—bijvoorbeeld bij reorganisatie, pensioenwijziging of een complex instemmingstraject—kan extra scholing verdedigbaar zijn als dat nodig is voor een goede taakuitoefening.
Belangrijk is dat je scholing koppelt aan je OR-rol. Een training over de WOR, overlegvaardigheden of financieel inzicht sluit vaak direct aan op terugkerende OR-verantwoordelijkheden. Daarmee wordt het eenvoudiger om intern uit te leggen waarom tijdsbesteding aan scholing geen “afwezigheid” is, maar een investering in kwaliteit.
Wie betaalt de OR-training en welke kosten vallen eronder?
Bij het scholingsrecht hoort dat de werkgever de redelijke kosten van noodzakelijke OR-scholing betaalt. Dat gaat niet alleen over het cursusgeld, maar ook over kosten die direct samenhangen met deelname, zolang ze redelijk en verdedigbaar zijn binnen het doel van de scholing.
Onder kosten vallen in de praktijk vaak: inschrijfgeld, lesmateriaal en eventuele reis- en verblijfkosten als de training niet op locatie kan. Ook de tijd die je onder werktijd besteedt, valt onder het principe van faciliteiten voor OR-werk, omdat scholing bedoeld is om je taak beter te kunnen uitvoeren.
Werkgevers vragen soms naar “richtlijnen” voor budgetten. Het is dan goed om te weten dat de SER richtbedragen hanteert voor OR-scholing. Dat helpt om het gesprek feitelijk te houden: niet op gevoel, maar op redelijkheid en gangbare normen.
Wanneer is een OR-training ‘noodzakelijk’ en hoe onderbouw je dat?
Een OR-training is ‘noodzakelijk’ als de scholing redelijkerwijs nodig is om OR-taken goed uit te voeren, bijvoorbeeld bij advies- of instemmingsrechten, het beoordelen van financiële informatie of het voeren van overleg en onderhandelingen. Je onderbouwt dit door de training direct te koppelen aan actuele dossiers, wettelijke taken en concrete leerdoelen.
Maak het zo specifiek mogelijk: welke besluiten komen eraan, welke kennis ontbreekt, en welk risico ontstaat als de OR onvoldoende deskundig is? Een training “WOR verdieping” onderbouw je anders dan een training “onderhandelen”, maar beide kunnen noodzakelijk zijn als ze aansluiten op de praktijk.
- Koppel aan een dossier: reorganisatie, arbeidsvoorwaarden, pensioen, arbo/VGWM, fusie of outsourcing.
- Formuleer leerdoelen: bijvoorbeeld “adviesaanvraag toetsen op volledigheid” of “instemmingsverzoek juridisch en praktisch beoordelen”.
- Leg vast in OR-plan: neem scholing op in een jaarplan of scholingsplan met prioriteiten.
- Maak het proportioneel: kies duur en niveau passend bij de vraag; dat voorkomt discussies over ‘te zwaar’ of ‘te breed’.
Wie dit goed vastlegt, maakt de stap naar akkoord kleiner. En als er toch weerstand komt, helpt het om te weten welke opties je hebt bij een weigering of beperking—dat volgt hieronder.
Wat kun je doen als de werkgever OR-training weigert of beperkt?
Als een werkgever OR-training weigert of beperkt, zet dan eerst in op een inhoudelijk gesprek: maak duidelijk dat het gaat om het WOR scholingsrecht OR en onderbouw waarom de scholing noodzakelijk is voor de taakuitoefening. Blijft de werkgever weigeren, leg het standpunt schriftelijk vast en gebruik de formele overlegmomenten om tot een oplossing te komen.
Praktisch werkt het vaak om de discussie te verplaatsen van “OR-training verplicht” naar “welke scholing is nu nodig en redelijk?”. Een werkgever kan bijvoorbeeld moeite hebben met timing, duur of kosten, terwijl de noodzaak van scholing op zichzelf minder ter discussie staat.
- Vraag om een gemotiveerde weigering: waarom is het niet redelijk of niet noodzakelijk volgens de werkgever?
- Doe een alternatief voorstel: andere data, korter traject, of een andere opzet die hetzelfde leerdoel haalt.
- Gebruik het overleg met bestuurder: agendeer scholing als randvoorwaarde voor kwalitatieve medezeggenschap.
- Leg afspraken vast: in notulen of een schriftelijke bevestiging, zodat er duidelijkheid ontstaat voor de toekomst.
Als het gesprek vastloopt, is het verstandig om tijdig deskundige ondersteuning te betrekken. Dat voorkomt escalatie en helpt om weer terug te gaan naar de kern: wat is nodig om het OR-werk goed te doen.
Hoe TRAINIAC helpt met de vraag of een OR-training wettelijk verplicht is?
Als de vraag speelt of een OR-training verplicht is, helpt het om snel scherp te krijgen wat de WOR wél en niet eist, en hoe je scholing praktisch én juridisch goed onderbouwt. Wij ondersteunen daarbij concreet met:
- Een passend scholingsadvies op basis van jullie dossiers, rolverdeling en ontwikkelbehoefte (maatwerk of open inschrijving) via OR-trainingen
- Inhoudelijke en procedurele ondersteuning als scholing wordt betwist, inclusief meedenken bij onderbouwing en overlegstrategie via advies en begeleiding bij OR-vraagstukken
- Snelle afstemming over jullie situatie en de beste vervolgstap via onze contactpagina
Wil je toetsen wat in jullie situatie “noodzakelijke” scholing is, hoeveel dagen je kunt inzetten (inclusief de vijf scholingsdagen per jaar) en hoe je dit het beste afspreekt met de bestuurder? Neem dan contact op met TRAINIAC voor een gerichte intake.